|
Een gevel heeft primair tot doel 'binnen' en 'buiten' te scheiden. Veelal gebeurt dit door een traditionele, passieve gevel. Wanneer in een gevel tevens een deel van de klimaatinstallatie van een gebouw is opgenomen, is er sprake van een actieve gevel. Bij de materiaalkeuze van gevels speelt de functie van de gevel een hoofdrol.
Passieve gevel Een traditionele, passieve gevel heeft tot doel wind, water, vocht, kou, warmte, geluid, ongedierte en ongewenste bezoekers buiten te houden. Daarnaast kan de gevel een visitekaartje zijn voor de gebruiker (of architect). De uitstraling van een gebouw wordt in belangrijke mate bepaald door de gevelindeling en de gekozen materialen. Vaak worden bij kantoren en bedrijfsgebouwen andere materialen gebruikt dan bij woningen.
Actieve gevel
Bij actieve gevels wordt vóór de traditionele gevel een (meestal glazen) buitenschil geplaatst. De spouw tussen gevel en scherm staat in directe verbinding met de buitenlucht. Bij een brede spouw is sprake van een tweede-huidgevel of tweede-huidfacade. Een atrium is te beschouwen als een tweede-huidgevel met een extreem brede spouw. Bij een meerlaagse glasconstructie met een smalle spouw, niet in directe verbinding met de buitenlucht, spreekt men over een klimaatgevel. Bij klimaatgevels is het ook mogelijk alleen voor de ramen een tweede laag aan te brengen (klimaatramen). Een tweede-huid- of klimaatgevel kan zowel bij nieuwbouw als bij renovatie worden toegepast.
Een tweede-huidgevel wordt in Nederland steeds meer toegepast. Bij woningen is de toepassing al langer bekend in de vorm van een serre of verglaasd balkon. Bij utiliteitsbouw wordt deze gevel, ondanks de hoge kosten en het ruimtebeslag, steeds populairder. Een tweede-huidgevel heeft een groot aantal voordelen. In de eerste plaats verhoogd hij het comfort en beperkt hij de koellast in de zomer en de warmtelast in de
|